Meer informatie? Bel 040 29 06 078

10 tips voor het werken met beeldopnames in de klas

Bedenk vooraf wat je in de beeldopname wilt zien

Maak zelf de opname of laat hem door iemand anders maken. Als je zelf ergens een camera plaatst, bedenk dan wat de beste plek is. Denk ook aan praktische zaken zoals geluid, tegenlicht, het licht van het digibord.

Maak een korte beeldopname – met interactie! – in de klas

Maak een beeldopname van een minuut of tien. Kies daar een paar kleine fragmenten uit om verder te analyseren. Een korte opname levert al genoeg materiaal op en is bovendien gemakkelijk te hanteren. Zorg dat de leerlingen ook in beeld zijn. Kijk hoe ze reageren op jouw gedrag. In het onderwijs gaat het eerst om de relatie en dan om de prestatie.

 

Kijk op microniveau naar de opname

Probeer heel ‘klein’ naar de beeldopname te kijken: iedere paar seconden zet je de beelden stil en kijk je wat er in de beelden is gebeurd. Je kunt ook af en toe het beeld helemaal stil zetten (‘stills). Dan kun je rustig naar de situatie kijken: waar/hoe sta/zit je? Waar kijk je naar? Ook interessant: zet het geluid uit en bekijk de beelden.

Kijk allereerst naar wat goed gaat

We zijn geneigd om te kijken naar wat niet goed gaat, maar neem de tijd om bij het bekijken van de beelden eerst zorgvuldig te onderzoeken wat er goed gaat. Een opname brengt je beginsituatie in beeld

 

Bekijk de beelden in termen van actie-reactie

Wat is het effect van je gedrag op leerlingen en andersom? Wat doe/zeg je? Hoe reageren de leerlingen? Wat doen/zeggen de leerlingen? En hoe reageer jij daar weer op?

 

Zie je een patroon in je gedrag?

Bedenk wat het effect van jouw patronen is. Bijvoorbeeld: Kijk je altijd naar dezelfde groep leerlingen? Reageer je anders op sommige leerlingen? Zijn je complimenten altijd hetzelfde? En wanneer geef je complimenten?

Kijk vanuit verschillende perspectieven

Bekijk dezelfde beelden vaker. Probeer steeds vanuit een ander perspectief te kijken. Bijvoorbeeld vanuit de leerlingen: hoe reageren de leerlingen op jou? Waar kijken ze naar? Wat doen ze? Hoe is hun betrokkenheid/ welbevinden? Volg eens in een opname één leerling of een groepje leerlingen.

Bedenk waar je gedrag uit voortkomt

Is je gedrag gewoonte, een automatisme? Mis je vaardigheden om het anders te doen? Zijn het overtuigingen die je gedrag leiden of komt je gedrag voort uit betrokkenheid bij het onderwijs en je pedagogische waarden?

 

Kies één of twee ontwikkelpunten

Wil je jezelf verder ontwikkelen, kies dan naar aanleiding van de opname één of twee punten waarmee je aan de slag gaat. Sommige dingen zijn gemakkelijk te veranderen, andere dingen kosten wat meer tijd. Wil niet teveel tegelijk. Zet bv op een kaartje waar je de komende tijd meer aandacht aan wil besteden en leg dat kaartje op een zichtbare plek.

Beeldoaching bij de Onderwijsspiegel

Wil je meer begeleiding? Kies dan voor Beeldcoaching bij de Onderwijsspiegel. Onze deskundige beeldcoach staat klaar of je te ondersteunen. Wil je meteen meer informatie? Lees dan het boek  Bouwhuis, M. (2016). De leraar in beeld. Handboek beeldbegeleiding in het onderwijs. Huizen: PICA.